Sommige bedrijven houden meerdere diersoorten (bv. runderen en varkens) op hetzelfde fysieke adres, elk met een eigen beslagnummer of bedrijfsdierenarts. In Fuga wordt het beslagnummer en de bedrijfsdierenarts opgeslagen op de plaats — niet rechtstreeks op het dier. Om meerdere beslagnummers te beheren, maakt u per beslagnummer een aparte plaats aan en wijst u elk dier aan de juiste plaats toe.

Stap 1 — Per beslagnummer een plaats aanmaken

  1. Open de klantenfiche en ga naar het tabblad Plaatsen.
  2. De klant heeft waarschijnlijk al één plaats met een ingevuld beslagnummer. Klik op + om een nieuwe plaats toe te voegen.
  3. Vul hetzelfde adres in als de bestaande plaats.
  4. Vul het beslagnummer voor de tweede diersoort in bij het veld Beslagnummer.
  5. Geef optioneel een beschrijving mee om de twee plaatsen te onderscheiden (bv. "Runderen" en "Varkens").
  6. Bewaar

Herhaal dit voor elke bijkomende diersoort met een eigen beslagnummer.

Stap 2 — Dieren aan de juiste plaats toewijzen

Elk dier heeft een veld Hoofdadres op de dierenfiche. Dit bepaalt welk beslagnummer voor dat dier gebruikt wordt in rapporten (AB-register, SANITEL-Med, TVD-documenten, etiketten).

  1. Open de dierenfiche.
  2. Zoek het veld Hoofdadres.
  3. Selecteer de plaats met het juiste beslagnummer voor deze diersoort.
  4. Bewaar

Doe dit voor elk dier dat op een ander beslagnummer moet staan dan de standaardplaats.

Tips

  • Elke plaats kan ook een eigen bedrijfsdierenarts hebben. Dat is handig als verschillende diersoorten een andere begeleidende dierenarts nodig hebben.
  • Geef elke plaats een duidelijke beschrijving zodat u ze makkelijk uit elkaar kunt houden in de dropdown (bv. "Hoeve Janssens — Runderen BE1234567-0001" en "Hoeve Janssens — Varkens BE1234567-0002").
  • Controleer bij het registreren van een nieuw dier altijd of de juiste plaats geselecteerd is in het veld Hoofdadres.